Voeding is brandstof voor de sporter. Zonder voeding geen sport – en dat is niet eens gechargeerd. Er wordt tegenwoordig heel wat gepubliceerd over het belang van verantwoorde etenswaren voor de sporter. Het is immers zo, dat verboden stimulerende middelen – die het negatieve effect van een taartje of andere ongezonde kost teniet doen – snel worden gevonden. Ik haast mij te zeggen dat ik zulks niet uit eigen wetenschap heb en dat ik mijn 229ste plek bij de Strongmanrun en een gedeelde 247ste positie bij de Veluwezoomtrail volkomen schoon heb bemachtigd.
Niet dat ik nooit een verboden middel gepakt heb. Zo was het tijdens mijn hoogtijdagen streng verboden om meer dan tien koppen koffie te drinken: een overmaat aan cafeïne zou een uitermate stimulerend effect sorteren. Het stond zowaar op de dopinglijst. Ik had op enig moment twaalf koppen op, waarna ik – hoewel mentaal geknakt vanwege gewetenswroeging – als een tekenfilmfiguurtje door het struweel spoot, op weg naar de finish. Ik werd zowaar zeventiende, maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat dit vooral te maken had met mijn gespannen koffieblaas, die ik achter de finish in een mobiel toilet kon ledigen.
Overigens geloof ik in de schijf van vijf, althans de voorlaatste. Ik heb het geluk een partner te hebben die van koken met verse groenten en uitloopvee en –eieren houdt, dus ik heb geen recht van klagen, zeker omdat het super smaakt. Nu ben ik ook een gekend hoogspringer, waarbij ik bij de masters zelfs drie keer Nederlands kampioen ben geworden. Nu doen doorgaans niet meer dan een handvol, althans: een paar atleten mee, aangezien bijna iedereen rent en geen bijna-bejaarde veel voldoening ontleent aan springen. Dat maakt de kans op goud wat groter. Enfin: bij deze inspanning is eten weer taboe. Dat is immers alleen maar gewicht en dat moet allemaal over die lat heen. Ik ben al niet van de dikke, om niet te zeggen: broodmager, maar na een hongerdieet van weken fladderde ik als het ware over de lat, waarbij ik de indruk had dat het net wat langer duurde voordat ik de mat toucheerde: een vallend blad als het ware.
Nu werp ik veel speer, waarbij massa een voordeel is. Ik eet dus tegen de klippen op, maar veel helpt het niet. Daarbij gaat het gewicht rond het midden zitten, zodat ik er inmiddels uitzie als een duikelmannetje. Een peer op dunne pootjes – zoiets. Mijn metabolisme gooit roet in het eten.
Nu zijn wij ook wijnliefhebbers. Ik twijfel aan het effect van alcohol. Breekt het de Versterkende Bestanddelen af? Of zitten er stoffen in die het beste in ons naar boven brengen? Specialisten zitten aan beide kanten van het spectrum. Maar ik vind het lekker. Deze kwalificatie wordt belangrijker met het klimmen der jaren.
Erik Endlich